Beschrijving Leesstrategieën

Snel en efficiënt begrijpend lezen
Via de modules van het programma leert de leerling dat hij snel en efficiënt een tekst kan lezen en begrijpen, als hij de juiste strategie gebruikt. De oefeningen kennen een stapsgewijze opbouw van zinnen naar teksten.

Het programma Leesstrategieën kent vier modules:

  1. De eerste serie oefeningen betreft het onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke woorden in zinnen.
  2. In de tweede serie is er aandacht voor de verbindingswoorden tussen zinnen. Dit zijn zowel verwijswoorden (hij) als structuurwoorden (doordat).
  3. In serie drie komen de alinea´s aan de orde en de betekenis van een alinea voor het begrijpen van de tekst.
  4. Serie vier richt de aandacht van de leerling op de totale structuur van de tekst. Het gaat daarbij o.a. om de functie van kopjes boven tekstdelen en om de totale structuur van de tekst.

Module 1: Van woord naar zin
De eerste serie oefeningen betreft het onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke woorden in zinnen. Module 1 is verdeeld in vier oefeningen. In de oefeningen gaat het erom de belangrijkste woorden in een zin te ontdekken. Aan enkele belangrijke woorden zie je vaak al waar de zin over gaat. In de eerste twee oefeningen zijn de belangrijke woorden al aangegeven, in de laatste twee geef je zelf aan welke woorden belangrijk zijn.

Module 2: Van zin naar zin
In de tweede module is er aandacht voor signaalwoorden en verbindingswoorden tussen zinnen. De eerste twee oefeningen werk je met signaalwoorden. Signaalwoorden vormen een brug tussen zinsdelen of zinnen, en zijn daarom erg belangrijk voor het begrijpen van een tekst. Zo leer je het vervolg van een tekst te voorspellen. De derde oefening gaat over verwijswoorden. In de laatste oefening zet je de zinnen van een tekst in de goede volgorde. Ook hier gaat het om signaalwoorden en verwijswoorden: aan de signaal- en verwijswoorden zie je vaak wat de volgende zin moet zijn.

Module 3: Van zin naar blok
In module drie komen de alinea´s aan de orde en de betekenis van een alinea voor het begrijpen van de tekst. De eerste twee oefeningen bevatten teksten waaruit woorden of zinnen zijn weggelaten Bij elke tekst hoort een vraag. Je kunt die vraag ook beantwoorden zonder dat je alle woorden of zinnen snapt. In de derde oefening moet je zelf de belangrijke zinnen aangeven en een vraag bij de tekst beantwoorden.

Module 4: Van blok naar strekking
Module vier richt de aandacht van de leerling op de totale structuur van de tekst. Het gaat daarbij o.a. om de functie van kopjes boven tekstdelen en om de totale structuur van de tekst. In de eerste oefening moet je een samenvatting geven van elke alinea van een lange tekst. De tweede oefening bestaat uit een aantal korte teksten waarbij de juiste titel moet kiezen. In de derde oefening zie je van een lange tekst alleen de eerste en de laatste alinea. Je zult zien dat je dan toch een vraag over die tekst kunt beantwoorden. In de laatste oefening krijg je een lange tekst waaruit alinea's zijn weggelaten. Je moet aangeven waar de weggelaten alinea's over gaan.